‘Iedere speler zoekt zijn eigen perfecte gevoel’
Voor Timo van Driel is geen racket hetzelfde. De vaste bespanner van het Dutch Open Tournament stemt iedere bespanning nauwkeurig af op de wensen van de spelers. “Iedereen zoekt zijn eigen perfecte gevoel.”
Een opvallende racket zit vastgeklemd in de rechterhand van de Kimmer Coppejans, tweevoudig finalist van het Dutch Open Tournament.
Meerdere lagen
Pal voor de partij van deze vriendelijke Belg tegen de Braziliaan Pedro Boscardin Dias, legt Van Driel te midden van de apparatuur de onzichtbare geheimen van Coppejans uit. “Hij heeft een wat groter racketblad, maar wel een heel compact snarenpatroon. Daardoor heeft hij power en controle in één. Bovendien kiest hij voor een bijzondere combinatie. De Belg speelt met twee verschillende polyestersnaren. De ene is wat steviger en de andere bestaat uit meerdere lagen. Die zorgt voor een beetje meer demping en gevoel. Vorig jaar heeft hij deze combinatie gebruikt. Dat is echt zijn recept.”
Power
Ook de als eerste geplaatste Tomás Barrios Vera heeft een opvallende voorkeur. “Hij speelt met darmsnaren in de lengte van z’n racket. Dat zorgt voor ontzettend veel power.” Dit jaar liet de Chileen zijn racket wel iets zachter bespannen. “Hij speelt nu met 22 kilo, een kilootje minder dan twee jaar geleden.” Daartegenover staat Mika Brunold, een Zwitserse tennisser. Hij behaalde zijn hoogste ATP-ranking in het enkelspel met nummer 289 op de wereldranglijst op 18 augustus 2025. “Hij begon op 23,5 kilo en is in twee dagen tijd gezakt naar 19,5 kilo. Dat zie je bijna nooit.” Volgens Van Driel levert dat voordelen op. “Met een zachtere bespanning komen de ballen makkelijker van het racket af.”
Connors
Aan de andere kant van het spectrum staat de Zuid-Koreaan Gerard Campaña Lee. “Hij speelt met 26,5 kilo. Dat is de hoogste spanning die we hier tot nu toe hebben gedaan.” Het kan nog erger. Er zijn spelers in het verleden geweest die een spangewicht wilden van 40 kilo, zoals Jimmy Connors. Een dergelijk gewicht is nuttig voor de ultieme controle. Hij won in zijn carrière acht Grand Slam-titels. Enfin, voor Van Driel maakt juist die variatie zijn vak zo mooi. “Hoe hoger de spanning of hoe compacter het snarenpatroon, hoe meer aandacht het bespannen vraagt. Maar uiteindelijk draait alles om één ding: iedere speler wil precies het gevoel waarmee hij het beste kan presteren.”